Optellen

De simpelste bewerking is zonder twijfel het optellen. Het resultaat van een optelling noemt men de som. De eenvoudige optellingen van getallen onder de 10 (zonder brug) leren we uit het hoofd. Grotere optellingen kunnen daarna teruggebracht worden tot eenvoudige optellingen.

0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
0 + 0 0 + 1 0 + 2
1 + 1
0 + 3
1 + 2
0 + 4
1 + 3
2 + 2
0 + 5
1 + 4
2 + 3
0 + 6
1 + 5
2 + 4
3 + 3
0 + 7
1 + 6
2 + 5
3 + 4
0 + 8
1 + 7
2 + 6
3 + 5
4 + 4
0 + 9
1 + 8
2 + 7
3 + 6
4 + 5
1 + 9
2 + 8
3 + 7
4 + 6
5 + 5

 

De volgorde waarin getallen staan bij op optelling speelt geen rol (de som is dus commutatief en associatief) . 4 + 1 geeft hetzelfde resultaat als 1 + 4. Hierdoor blijft het aantal combinaties in bovernstaande tabel beperkt.

Als men het getal 0 bij een andere getal optelt, zal dat getal niet veranderen. Het getal 0 is voor een optelling dus neutraal.

Indien de som hoger is dan 10, dan spreekt men van een brug maken. In weze maakt men bij 10 zelf ook al een brug, maar meestal telt men (bij het leren) van 1 tot 10 ipv 0 tot 9. Men werkt nl gemakkelijker naar een 0 toe om verder te tellen, dan met een 9. (10 + 5 is gemakkelijker dan 9 + 6)

Bij het maken van de brug zal er een getal bijkomen (in geval het eerste cijfer van het getal), of zal het vorige cijfer van de soms met 1 vermeerderd worden). In de meeste gevallen is zal men de brug herleiden tot een of twee eenvoudige optellingen. 7 + 5 zal bv herleid worden tot 7 + 3 = 10 en daarna 10 + 2 = 12. Bij getallen groter dan 7 is het echter vaak gemakkelijker om er 10 bij te doen, en dan het verschil er terug af te trekken. 7 + 8 wodt dan 7 + 10 = 17, om daarna 17 - 2 = 15 te doen..